Lesbisch ouderschap en de donor: wie is de juridische ouder?

Volgens de Nederlandse wet kan een kind slechts twee juridische ouders hebben. Dit komt voort uit de gedachte dat de belangen van een kind vaak het beste zijn gediend, als de feitelijke verzorgers en opvoeders ook de juridische ouders van het kind zijn.

Daarnaast zorgt deze regel ervoor dat de juridische positie van kinderen geboren in een lesbische, homo, of transgenderrelatie zoveel mogelijk in overeenstemming wordt gebracht met die van kinderen geboren in heteroseksuele relaties.

Wet Lesbisch Ouderschap zorgt voor verbetering
Sinds 2014 geldt in Nederland de wet ‘Lesbisch Ouderschap’. Via deze wet is het voor de vrouwelijke partner van de biologische moeder (de ‘duomoeder’) mogelijk om de juridische ouder te worden, zonder dat daarvoor een gerechtelijke (en kostbare) adoptieprocedure nodig is. De mogelijkheden voor ‘roze ouderschap’, oftewel het ouderschap door LGBTQ-ouders, zijn daardoor in de afgelopen jaren enorm verbeterd.

Maar hoe zit het nu eigenlijk met het juridisch ouderschap in een situatie waarbij een lesbisch stel met behulp van een bekende of onbekende zaaddonor een kindje krijgt? Welke rechten en plichten heeft de donor dan en wie zijn de juridische ouders van het kind?

Bekende of onbekende donor?
Allereerst is het van belang te weten of het gaat om een bekende of een onbekende donor. Bij een onbekende donor gaat het om een donor die sperma heeft gedoneerd aan een vruchtbaarheidskliniek. Helemaal anoniem is deze donor niet. Sinds de ‘Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting’ uit 2004 is het namelijk geregeld dat ieder kind de mogelijkheid heeft om te weten van wie het afstamt. Een kind van een onbekende donor kan namelijk zodra het twaalf jaar is bepaalde gegevens van deze donor opvragen. Vanaf zestien jaar kan het kind achter de identiteit van de donor komen, zodat het kind in met de donor in contact kan komen..

Voor een bekende donor zijn er verschillende keuzes voor de wensmoeders en de donor over het juridisch ouderschap en het gezag. Om dit goed te begrijpen, duiken we eerst wat meer in deze juridische begrippen.

Biologische ouder, juridische ouder of juridische ouder met gezag?
Er is een verschil tussen het zijn van de biologische of de juridische ouder. De vrouw uit wie het kind is geboren, is op grond van de wet automatisch de juridische ouder van het kind.

Voor de partner van de biologische moeder, die niet de echtgenoot of geregistreerde partner is, is er eerst een horde te nemen voordat er juridisch ouderschap ontstaat, namelijk de erkenning. Na erkenning is het kind officieel de afstammeling van de juridisch ouder. En dit maakt ook direct het verschil tussen de biologische ouder en de juridische ouder; een biologische ouder is ‘slechts’ de biologische ouder en heeft geen familierechtelijke verbondenheid met het kind.

Zowel voor het juridisch ouderschap als voor het gezag, geldt de beperking van maximaal twee ouders. Voor een donor betekent dit dat de kansen om mee te beslissen over het kind, bijvoorbeeld over de te kiezen school, beslissingen omtrent medische behandelingen, het aanvragen van een paspoort, etc., klein zijn als de duomoeder het kind al heeft erkend (dit kan al vóór de geboorte) of de echtgenote of de geregistreerde partner is van de biologische moeder. Meeroudergezag bestaat – anders dan in landen als o.a. Engeland, Finland en (in beperkte vorm) in Frankrijk – (nog) niet in Nederland.

In de situatie waarbij een lesbisch stel met behulp van een bekende zaaddonor een kindje krijgt, is de rol van de donor dus al snel beperkt. De donor heeft echter wel rechten en daardoor mogelijkheden om zijn rol uit te breiden.

Erkenning: belangafweging donor en duomoeder
In de eerste plaats heeft de donor het recht om het kind te erkennen. Als de moeder hiervoor geen toestemming geeft, kan de donor de rechter verzoeken in haar plaats toestemming te geven. Dit doet de rechter alleen als dit niet schadelijk is voor de belangen van het kind. De donor kan een dergelijk verzoek niet doen als de duomoeder het kind al heeft erkend, waardoor het kind al twee ouders heeft.

Kan de donor dan niets meer? Jawel, een mogelijkheid om toch een ouderrol te vervullen is er voor de donor in de vorm van de gerechtelijke vernietiging van de erkenning van de duomoeder. Als de rechter de vernietiging van de erkenning toewijst, kan de donor de rechter vragen om (vervangende) toestemming te geven voor de erkenning door hemzelf. De rechter maakt in dergelijke zaken een belangenafweging tussen het belang van de duomoeder om de juridisch ouder te zijn en dat van de donor.

Hierbij is van wezenlijk belang wat de intentie van de wensmoeders en de donor is geweest. Als dit is vastgelegd in een notarieel donorcontract, dan kan hierover geen onduidelijkheid meer bestaan. Een notarieel contract levert in een procedure namelijk dwingend bewijs op. Bij een niet-notarieel contract kan er discussie worden gevoerd over of iedereen zich wel bewust was van de gemaakte afspraken en de gevolgen daarvan. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of de intenties duidelijk waren. Het vastleggen van de afspraken in een notarieel contract, voorkomt deze discussies en is dus zeker aan te raden!

Omgang: is er sprake van een familieband?
Een kind heeft recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een ‘nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat’, ook wel: ‘family life’. Als de donor contact wil met zijn kind of een omgangsregeling wil (laten) vaststellen, dan moet hij aantonen dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Alleen het feit dat de donor de biologische vader is van het kind, is hiervoor onvoldoende. Wel is voldoende als er factoren aanwezig zijn die aangeven dat de relatie van de donor met het kind voldoende bestendig is om familiebanden te creëren, zoals:

–              Aanwezigheid bij geboorte;

–              Regelmatig op bezoek geweest;

–              Contact met moeders van het kind over het kind;

–              Betrokkenheid bij het kind voor en na de geboorte.

Uiteraard kunnen de wensouders en de donor afspraken maken over de wijze waarop de donor in het leven van het kind betrokken zal zijn. Ook dit kan worden vastgelegd in het donorcontract.

Elke relatie en elke wens tot het ouder zijn is anders, waardoor maatwerk-advies heel belangrijk is. Bent u een wensouder en wilt u meer weten over wat uw rechten en plichten zijn of bent u donor en wilt u uw rol in het leven van uw biologische kind anders inrichten, neem dan contact op met Anne Jo Broekhuizen-Termaat (annejo@goudadvocaten.nl of via tel. 0183-356752) voor advies over uw specifieke situatie.

Wettelijke indexering 2021 is 3%!

Iedereen die alimentatie betaalt of ontvangt is waarschijnlijk bekend met de term ‘wettelijke indexering’. Deze term staat voor de jaarlijkse aanpassing van het alimentatiebedrag om ervoor te zorgen dat de alimentatie meegroeit met de lonen en kosten voor het levensonderhoud.

 

Indexeringspercentage

De wettelijke indexering alimentatie voor 2021 is door de minister van Justitie vastgesteld op 3%. Zie hier de officiële bekendmaking. De verhoging geldt voor zowel kinder- als partneralimentatie. Het maakt daarbij niet uit of de alimentatie door de rechter is vastgesteld of dat u de alimentatie betaalt op grond van een overeenkomst (bijvoorbeeld een convenant of ouderschapsplan).

 

Wettelijke plicht

Het is wettelijk verplicht om de verhoging door te voeren. Het is echter niet zo dat de alimentatiebetaler daar automatisch een bericht over krijgt. Als alimentatiebetaler moet u dus zelf per 1 januari 2021 de te betalen alimentatie met 3% verhogen.

 

Een rekenvoorbeeld: de alimentatie bedraagt in 2020 € 300,- per maand. Per 1 januari 2021 zal dit bedrag met 3% worden verhoogd. De alimentatie bedraagt dan (€ 300 x 1,03 =) € 309,- per maand. Alimentatie wordt altijd aan het begin van de maand, vóóraf betaald. Voor de maand januari 2021 geldt dus dat het nieuwe bedrag vóór 1 januari 2021 moet zijn betaald.

 

Wat als de indexering niet wordt betaald?

Als de alimentatiebetaler de alimentatie niet zelf verhoogt, is het aan te raden om de alimentatiebetaler daarop te wijzen. U hebt als ontvanger van alimentatie namelijk recht op verhoging van alimentatie. Wordt de verhoging niet betaald, dan kan het LBIO of de deurwaarder worden ingeschakeld om de achterstallige alimentatie te innen.

 

Nog nooit de alimentatie geïndexeerd?

Het is mogelijk om de indexering over de afgelopen jaren met terugwerkende kracht, terug te vorderen. Hiervoor geldt wel een beperking; het recht op inning van achterstallige alimentatie en indexering verjaart namelijk na vijf jaar. Als u binnen die vijf jaar geen actie onderneemt, is het niet meer mogelijk om de niet betaalde indexering terug te vorderen.

 

Hebt u vragen over de wettelijke indexering of hulp nodig bij het incasseren van achterstallige alimentatie? Neem dan contact met op met een van onze advocaten!

Omgangsregeling in corona-tijden

Er leven veel vragen over hoe gescheiden ouders moeten omgaan met de afgesproken omgangsregeling. Geeft het besmettingsgevaar reden om de omgang (tijdelijk) stop te zetten? Mag een kind nog wel naar de andere ouder?