Jonge tennisleraar niet gehouden aan concurrentiebeding

17 september 2021

Op 18 augustus 2021 (klik hier) heeft de Rechtbank Gelderland in het voordeel van een tennisleraar beslist bij de beoordeling van de houdbaarheid van zijn concurrentiebeding.

FEITEN

De tennisleraar was zo’n 2 jaar in dienst bij een onderneming die tennislessen aanbood. Daarmee had hij afgesproken dat het hem niet was toegestaan om binnen 1 jaar na het einde van zijn contract  binnen een straal van 25 km te werken voor een andere onderneming in de tennisbranche.

In februari 2021 heeft de leraar gemeld dat hij overwoog om ergens anders te gaan werken. Dit omdat hij daar betere arbeidsvoorwaarden kon krijgen. Hij heeft toegezegd vanuit een nieuw dienstverband niet te gaan werken bij clubs waarvoor zijn toenmalige werkgever werkte en gevraagd om toestemming om onder die voorwaarde (toch) binnen de straal van 25 km bij een andere tennisonderneming te mogen gaan werken.

De werkgever heeft de gevraagde toestemming niet gegeven. De tennisleraar is desondanks per 1 april 2021 bij de nieuwe werkgever gaan werken, op 23 km afstand. Eind april 2021 heeft de advocaat van de oud-werkgever de leraar gesommeerd om zijn nieuwe werk te staken en aanspraak gemaakt op betaling van € 15.000,- als boete voor overtreding van het concurrentiebeding.

De tennisleraar vraagt aan de rechter om zijn concurrentiebeding te schorsen.

De tennisleraar heeft de kantonrechter hierop gevraagd om zijn concurrentiebeding te schorsen, zodat het hem is toegestaan om vanaf 1 april 2021 bij zijn nieuwe werkgever te (blijven) werken.

De kantonrechter stelt vast dat de oud-werkgever de leraar aan het concurrentiebeding wil houden ‘omdat hij daar nu eenmaal voor getekend heeft’. Dit standpunt acht de rechter niet juist. Hij vindt dat een werkgever (ook) voldoende belang moet hebben bij handhaving van zo’n afgesproken beding. En als het beding in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer onbillijk benadeelt, kan de rechter het concurrentiebeding vernietigen.

Dát de tennisleraar bij een concurrent is gaan werken en daarmee kennis en ervaring meeneemt, is volgens de kantonrechter geen belang dat meeweegt. Ook het feit dat de arbeidsmarkt voor tennisleraren krap is doet niet ter zake. Een concurrentiebeding is voor de werkgever immers niet bedoeld om werknemers aan zich te binden en weg te houden van een concurrerende onderneming. Daarvoor staan werkgevers andere middelen ter beschikking (zoals het bieden van betere arbeidsvoorwaarden). Bij de belangenafweging gaat het om het bedrijfsdebiet van de oud-werkgever, de vergaarde kennis en opgebouwde goodwill.

De hamvraag luidt: “Kan de overgestapte werknemer het bedrijfsdebiet van de oud-werkgever aantasten?”

Rechtsgeleerden stellen dat vooral werknemers met een strategische functie het bedrijfsdebiet van de werkgever kunnen aantasten als zij overstappen naar een concurrent. Van aantasting van het bedrijfsdebiet is volgens (andere) rechters sprake als de werknemer door zijn functie op de hoogte is van essentiële informatie of unieke werkprocessen en strategieën. En hij die kennis voor zijn nieuwe werkgever kan gebruiken waardoor die in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is. Of wanneer een werknemer zo intensief samenwerkt met klanten dat die zullen overstappen naar de nieuwe werkgever.

In de zaak van de tennisleraar is niet gesteld of gebleken dat hij over essentiële informatie beschikt van zijn oud-werkgever waarmee hij de (onderhandelings)positie van zijn nieuwe werkgever zou kunnen versterken. Ook is niet gebleken dat hij specifieke kennis van werkprocessen van de oude werkgever heeft. De rechter ‘kan zich daar ook niets bij voorstellen als het gaat om een tennisleraar, die enkel op de tennisbaan staat om daar algemeen gangbare lesstof te beoefenen en niet is betrokken bij de bedrijfsvoering’. Eventuele bij de werknemer bekende klantgegevens vallen onder het (ook) afgesproken geheimhoudingsbeding en mag de leraar dus sowieso niet delen. En informatie over de prijzen van tennislessen bij de oude werkgever zijn algemeen toegankelijk bij die tennisclub.

De kantonrechter stelt vast dat de jonge tennisleraar, zeker in het begin van zijn werkcarrière, belang heeft vrij te kunnen zijn in de keuze van een nieuwe werkkring. Zeker als hij er daarbij financieel erop vooruit gaat. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van de oud-werkgever, wiens bedrijfsdebiet niet wordt aangetast, bij instandhouding van het concurrentiebeding. Het wordt de jonge tennisleraar daarom toegestaan om bij zijn nieuwe werkgever te blijven werken en hij hoeft geen boete te betalen.

Een mooie uitspraak voor werknemers die gebonden zijn aan een concurrentiebeding en huiverig zijn om een overstap te maken naar een concurrent.

Er blijft echter veel te doen over concurrentiebedingen in de huidige krappe arbeidsmarkt en of ‘1 zwaluw zomer maakt’ is maar de vraag. Er zijn het afgelopen jaar namelijk ook meerdere rechters geweest die werknemers wél aan een afgesproken concurrentiebeding hebben gehouden. Dit onder de noemer: ‘je weet waarvoor je hebt getekend en aan die handtekening moet wel waarde toekomen’. De uitkomst van een specifieke discussie blijft afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval.

Heeft u vragen over een concurrentiebeding? Bel met onze arbeidsrechtspecialiste Hellen de Werd via 0183 – 35 67 52 of mail haar via hellen@goudadvocaten.nl.